Nog 5 belangrijke verschillen tussen aardgas- en propaaninstallaties

In het eerste artikel, hebben we al 5 verschillen tussen propaan- en aardgasinstallaties op een rijtje gezet.

We kunnen hier nog 5 belangrijke verschillen aan toevoegen:

  1. Mogelijkheid om met kleinere diameters te werken

    Bij propaangas is het door de relatieve hogere druk (1,5 bar) mogelijk om met kleinere diameters te werken voor de leiding tussen eerste en tweedetrapsontspanners. Bij aardgas is dat niet het geval.

  2. De gasontspanning
    Elk verbruikstoestel op propaan wordt voorafgegaan door een tweedetrapsdrukregelaar en een stopkraan. De tweedetrapsdrukregelaar vermindert de uitgangsdruk van de eerstetrapsdrukregelaar naar de nominale werkdruk van het verbruikstoestel die door de fabrikant wordt aangegeven (37 à 50 mbar). Er zijn 2 mogelijkheden:

    a. Individuele tweedetrapsdrukregelaar onmiddellijk voor elk verbruikstoestel

    b. Één gemeenschappelijke tweedetrapsdrukregelaar voorafgegaan door een sectioneerkraan. Deze wordt buiten het gebouw geplaatst in een daartoe bestemd beschermkastje, zo dicht mogelijk bij de gevel. Dit installatietype is verplicht voor nieuwe installaties en voor grondige renovaties.

    Voor aardgas daarentegen is gasontspanning niet van toepassing.

  3. De mogelijkheid om een verbruikstoestel in een toegankelijke ruimte onder het maaiveld te plaatsen.
    Het is toegelaten om een verbruikstoestel op propaangas in een toegankelijke ruimte onder het maaiveld te plaatsen (bv. in een kelder). Daarbij moet u volgende voorschriften naleven:

    - Propaangasdetector in de opstellingsruimte plaatsen, met lichtsignalen (alarm, foutmelding) in een ruimte onder toezicht

    - Gestuurde elektromagnetische gasklep (uitvoering "normaal gesloten") in de gastoevoerleiding van het verbruikstoestel plaatsen, buiten de opstellingsruimte en boven het maaiveld

    Wat aardgas betreft is het toegelaten om een verbruikstoestel in een toegankelijke ruimte onder het maaiveld te plaatsen, mits aanwezigheid van verluchtingsopening bovenaan.

  4. Mechanische verbindingen op leidingen
    Mechanische verbindingen op leidingen (pers-, knel-, schroef- en driedelige koppelingen) zijn niet toegelaten in de ruimte onder maaiveld voor propaangas, voor aardgas wel.

  5. Het pijpleidingattest
    Voor propaangas moet het pijpleidingattest voor propaangasinstallaties (volgens de norm NBN D51-006) gebruikt worden. Het pijpleidingattest gebruikt voor aardgas is niet geldig voor propaangas.

Deze artikels kunnen u ook interesseren